Verslagen

Ritverslagen, laatste nieuws, ... kortom alles over onze belevenissen

Monumentenzorg voor een gevallen engel 2017

Monumentenzorg voor een gevallen engel.

‘Meyrueis, Lozère, 26 juni 1977.  Warm, bewolkt weer.  Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar.  Vanaf terrasjes bekijken toeristen en inwoners toe.  Niet-wielrenners.  De leegheid van die levens schokt me’.

Zo begint “De Renner” van Tim Krabbé, een roman over wielrennen, wereldberoemd, toch in heel Nederland.  En overdrijf ik?  Geenszins, als je ziet dat in 2016 de zevenendertigste (37!) druk van de persen rolde.

Vervang 26 juli 1977 door 10 juni 2016 en niet-wielrenners door niet-fietsers en we kunnen vertrekken.  Vanuit Meyrueis, spreek uit Merwijs, uiteraard.  Vijf cols staan er op mijn agenda.  Eerst komt de Col de Perjuret aan bod.  Een opwarmertje van zo’n vijf à zes procent.  Over de D996 gaat het vervolgens naar beneden en in een flits zie ik in een bocht een monumentje staan van een fietser die kennelijk valt.  Straks toch eens stoppen als ik hier terug voorbij kom.

 

Dan komen er drie cols op een rij: de Col du Rey, de Col des Faïsses en de Col de Solpérière.  Hier zeg ik mijn ploegmaats vaarwel en duik een route “Dangereux et Difficile” in.  Smal, berijdbaar en maar 18%...naar beneden, een makkie dus.  Een beetje verder ben ik dan in Vébron, zowat het epicentrum van de streek.  Maar dat valt toch wat tegen want buiten een winkeltje waar je alles kan kopen en dat altijd open is, blijkt er niets te zijn.  Een sandwich met Jambon blanc, ofte “gekokt eps”, en een Orangina koop ik er.  Ik placeer me op een bankje voor de winkel.  Dat altijd open, alle dagen van 8u30’ tot 21 uur, zoals het op de affiche staat, blijkt toch wel wat optimistisch, want ik ben amper de deur uit en die gaat al op slot.  Als je de kleine lettertjes leest, blijkt het enkel zo lang open in juli en augustus, behalve op zaterdag, zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag. Anders wordt er over de middag gesloten van 12u15’ tot 16 uur en dit in de maanden april, mei, juni, september en oktober.  De overige maanden zijn zelfs niet het vermelden waard.  Maar wat wil je.  Vébron heeft ook maar 228 inwoners.

Ik zit dus te eten langs een grote baan, de D907.  Getimed heb ik het niet, maar ik denk dat er in 5 minuten geen enkel voertuig is gepasseerd.  Daarna komen er een viertal overjaarse Engelse motorijders voorbij…la France Profonde.  Toch nog een vermeldenswaardig weetje: ook hier is een protestantse kerk, net zoals in Meyrueis.  Ooit was daar een gemeenschap van 3.000 zielen en de achthoekige tempel is dan ook voor deze tijden oversized.  Op een avond kwamen we er voorbij en hoorden hoorngeschal.  Het bleek een eenzame blazer die hier oefende voor het grote evenement van de dag nadien.  Het bleek ook al een wielertoerist te zijn, ne goeie dus.

 

 

Voldaan stap ik weer de fiets op en klim voorbij Fraissinet-de-Fourques.  Ik ben toch wreed benieuwd wat dat wielermonument toch wel mag wezen…Blijkt het voor niemand minder dan Roger Rivière te zijn, de man met de grootste afgebroken wielercarrière uit de Franse geschiedenis!  Wat is er alhier op de Col de Perjuret dan wel gebeurd?  Simpel: Roger heeft de bocht gemist, is de diepte in gegaan, heeft twee rugwervels gebroken en was voor de rest van zijn leven invalide.  Kan iedereen overkomen zou je zeggen, pech.  MAAR!  Roger was een uitstekend renner en vooral een schandalig goed tijdrijder.  Want zelfs Maître Jacques,  de polygaan die vijf keer de Tour won dank zij de contre-le-montre, moest in hem zijn meerdere (h)erkennen!  Onze arme Roger had al twee ritten gewonnen en met nog een tijdrit van 100 kilometer op het programma lag de eindoverwinning in 1960 binnen handbereik.  Wat Roger daarom bezielde om Gastone Nencini, veruit de beste daler van zijn generatie, te willen volgen in de afzink van de Col de Perjuret is niet geheel duidelijk.  Misschien een beetje te veel aan het spul gezeten, zodat zijn blik wazig was?  Op de bijgevoegde foto’s zie je het palmares dat hij reeds op zijn 24 bijeen gefietst had.  Bepaald een grote belofte!  En hoe ging het onze arme vriend veder in het leven?  Als ik de historie mag geloven is hij een keertje opgepakt voor een overval om ook na zijn carrière aan het spul te geraken.  Heeft zowel een hotel en een garage gehad die allebei over kop gegaan zijn, heeft nog een zwaar motorongeval gehad en is nog een keertje voor zijn deur overhoop gereden.  Kortom een man goed voor 12 stielen en 13 ongelukken, ware het niet dat hij reeds op zijn 40 aan kanker overleden is.  Dan is het Rudy Altik, want zo werd de Duitse kampioen bij ons thuis steevast genoemd, die hij bij zijn laatste exploot op de piste nog met 125 meter versloeg in een achtervolging, veel beter vergaan.  Exact één dag na mijn passage bij Roger Rivière is hij overleden.


 

Naast het monument zelf staat er nog een bloempot, mét bloemen!  Roger is dus duidelijk nog niet vergeten.  Het glazen bord met zijn palmares aan de zijkant is echter zwaar beschadigd en ik vrees dat dit tamelijk recent door vandalen gebeurd is!  In de berm vind ik nog een stuk glas dat er blijkbaar uitgeslagen is.  Zo goed als het kan steek ik het terug op zijn plaats…monumentenzorg voor een gevallen engel.  Rest mij nog enkel af te dalen naar Meyrueis en na 68 kilometer en 1280 meter hoogteverschil zit deze prachtige fietsvakantie er weeral op.

 

 

Auteur: Guy Crikemans